Vragen, opmerkingen, reacties en copyright bij Joost Tel
  • Adam en Eva
  • KaÔn en Abel
  • De Ark van Noach
  • De Toren van Babel
  • Sodom en Ghomorra (16+)
  • Abraham wil een zoon (1)
  • Het Offer van Abraham
  • David en Goliath
  • De Weigering van Onan (16+)
  • Samson, de sterkste man van de wereld
  • Een erfenis en Linzensoep
  • De Rechtvaardige Samuel
  • DaniŽl en de Leeuwenkuil
  • Zeven vette jaren, zeven magere jaren
  • Mozes op de Rivier
  • De Plagen van Egypte
  • Mozes en de Wijkende Zee
  • Mozes en het Manna
  • Mozes en de Tien Geboden
  • De vallende muren van Jericho
  • De Tegenslagen van Job
  • Maria (16+)
  • Jezus: inleiding
  • Jezus: historisch
  • De geboorte van Jezus
  • Water en Wijn
  • Lopen over Water
  • De Wonderbaarlijke Vermenigvuldiging
  • De Barmhartige Samaritaan
  • De Zaaiersparabel
  • Blinden, melaatsen en dode mensen
  • De Kruisiging en Verrijzenis van Jezus
  • Ongelovige Thomas
  • Het Vervolg van het Sprookje
  • God en de Smurfen
  • Waarom deze sprookjes?
  • KLIK HIER VOOR EEN PRINT-BARE VERSIE

    Er was eens, heel lang geleden, een tovenaar die God heette. Volgens sommige mensen was hij de grootste tovenaar die ooit leefde, anderen geloven dat hij nog steeds leeft. Ze zeggen dat hij al leefde voordat de aarde bestond, en zelfs al voordat er mensen waren.



    Waarom deze sprookjes?

    Vooral gelovigen zullen misschien met weerzin en afkeur kennis nemen van deze site en mijn bijbelvertolkingen. Toch ligt er een vrij zuivere gedachte aan ten grondslag. Die gedachte, de reden voor deze verhalen kan ik kort en bondig uitleggen, maar waarom zou ik? U bent hier nu toch.

    De directe aanleiding om deze verhalen te schrijven, is mijn trotse vaderschap. Ik heb twee jonge schatten van dochters en ik weet dat zij vroeg of laat iemand zullen horen praten over Jezus, Adam en Eva, Noach of David en Goliath. Dan zullen ze, met de nieuwsgierigheidsgenen van hun beider ouders, gaan vragen wie dat dan toch zijn. De kans is redelijk groot dat de persoon die ze dat dan gaat vertellen, werkelijk gelooft in die sprookjes. En dat wilde ik voorkomen.

    Mijn dochters mogen best weten wie Adam en Eva zijn, net zoals ze weten wie Roodkapje is. Maar dan wel van hun moeder en mij. Ook zeker niet uit een kinderbijbel, waar de enge indoctrinatie van afdruipt. Natuurlijk zal ik dat nooit doen, maar ik zou ze bij wijze van spreken nog eerder de kamasutra laten lezen.

    Ik zal niet ontkennen dat er onderhuids nog een andere reden was om deze verhalen op deze manier te schrijven.
    Eigenlijk wilde ik oorspronkelijk door deze verhalen ook een beetje schoppen tegen het geloof. Terugschoppen, dan wel te verstaan. Ik kom zelf - en mijn kinderen zullen dat ook aan den lijve ervaren - bijzonder vaak uitingen tegen die subtiel en daardoor sterk indoctrinerend doordrenkt zijn van christelijke normen en waarden. Zo is het normaal om in gezelschap waar mogelijk een gelovige is, een momentje stilte te vragen voor het eten. Zo is het normaal om bij bruiloften en met name begrafenissen, hoe ongelovig de betreurden ook zijn, verwijzingen te maken naar eeuwigheden en hemels. Op die manier wordt dan rekening gehouden met de gelovige aanwezigen; maar als op een gelovige begrafenis een aanwezige atheist zou zeggen dat de persoon in kwestie nog slechts voedsel voor de natuur is, is het hek van de dam. Er is, vind ik, scheefheid. Evangeliseren wordt getolereerd, de-evangeliseren niet.
    Dat soort maatschappelijke toestanden zie ik als schoppen tegen ongelovigen, en het lag dan ook zeker in mijn oorspronkelijke bedoeling om eens een beetje terug te schoppen.

    Voor er misverstanden ontstaan: ik vind niet dat evangeliseren verboden zou moeten worden. Een dusdanig groot bezwaar tegen evangeliseren zou een bezwaar tegen het leven zijn. Het is zuiver menselijk om te willen dat iedereen jouw overtuiging deelt, om alle mensen die jouw mening niet delen als vijand te zien. Vetes, oorlogen, supportersrellen, de wens om er net iets modieuzer uit te zien dan je buurvrouw - het is niet bijzonder charmant, maar het is utopisch en derhalve irreŽel om te denken dat we zonder zouden kunnen.

    Maar goed, hoewel het in mijn oorspronkelijke bedoeling lag om van de gelegenheid gebruik te maken om wat tikjes-terug uit te delen, verviel deze wens zodra ik de bijbel echt ging lezen. Ik dacht dat ik de bijbelverhalen goed kende maar tot mijn verbazing waren de ongekuiste authentieke versies veel cruer, banaler, stompzinniger en zieliger dan ik ooit had kunnen dromen.
    Ik kwam snel tot het besef dat het enige wat ik hoefde te doen om mijn gram te halen, het letterlijk volgen van de bijbel was. Want waarschijnlijk weten de meeste moderne christenen, die de verhalen zo graag omarmen, ook niet goed hoe zielig de werkelijke teksten zijn. Dat hoop ik tenminste, want anders begrijp ik helemŠŠl niets meer van de kracht van hun geloof!

    Omdat het nergens voor nodig bleek te zijn om af te wijken van de bijbelteksten, zijn mijn uitgangspunten bij het schrijven van de sprookjes deze geweest:

    • Er staat in mijn sprookjes niets dat in strijd is met de originele bijbelteksten.
    • In verband met de laatste stand van de wetenschap en voor een grinnik op zijn tijd heb ik wel wat zaken toegevoegd, maar alleen waar de bijbel die mogelijkheid nadrukkelijk openhoudt.
    Voorbeeldje: Als in Adam & Eva staat dat er twee bijzondere bomen in het paradijs stonden, is dat omdat het in de bijbel staat. Als ik die bomen appelbomen noem is dat toegevoegd (er staat vruchtbomen). Dat Noachs zonen een drieling zijn, staat niet in de bijbel. Wel dat ze alledrie geboren zijn toen Noach 500 was.

    Mijn achtergrond
    Mijn opvoeding was Rooms-katholiek, met een hoofdletter R. Bisschop Gijsen was een toffe peer, tenzij de paus iets anders zei. Toen ik op mijn 5e ontdekte dat Sinterklaas niet kon bestaan, bedacht ik heel kort: 'hoe oud zou ik moeten worden voor mijn ouders gaan vertellen dat God ook niet bestaat?', maar die gedachte kwam de tien jaar daarna nooit meer terug. Op mijn 15e raakte ik vrij plotseling overtuigd van de onzin van godsgeloof. Om niet als opstandige puber te boek te gaan staan, gaf ik echter alle gelovigen de kans mij terug te brengen van het slechte pad. Eerst priesters, andere katholieke kerken, protestante kerken, jeugdkapel, daarna iedereen die bereid was de discussie met me aan te gaan. Mijn ongeloof werd er alleen maar sterker van.
    Eerst dacht ik ook nog dat het een verlies was om niet meer te geloven. Gelovigen konden immers met een gerust hart sterven, waar ik - omdat na mijn dood niks meer zou zijn - mogelijk paniek zou gaan voelen. Door de lange, trage en bizar ongeruste stervensweken van mijn vader werd me die illusie ook afgenomen. Geloven garandeert zeker geen rustige dood. Eerder integendeel. Daarom ben ik nu naast atheist ook antitheist. Ik zie het nut van de-evangelisatie wel zitten. Er bestaat geen god! Echt niet! Zo... mijn best weer gedaan.

    Oh ja, ik sta natuurlijk open voor reacties. En ik ben ook zeer bereid een versie van de sprookjes te maken waar ik via voetnoten aangeef op grond van welke bijbelteksten blijkt dat mijn teksten kloppen. Als je daar behoefte aan hebt en genoeg geld om me voor die opdracht te betalen, mail me dan gerust!

    Joost Tel