Vragen, opmerkingen, reacties en copyright bij Joost Tel
  • Adam en Eva
  • Kan en Abel
  • De Ark van Noach
  • De Toren van Babel
  • Sodom en Ghomorra (16+)
  • Abraham wil een zoon (1)
  • Het Offer van Abraham
  • David en Goliath
  • De Weigering van Onan (16+)
  • Samson, de sterkste man van de wereld
  • Een erfenis en Linzensoep
  • De Rechtvaardige Samuel
  • Danil en de Leeuwenkuil
  • Zeven vette jaren, zeven magere jaren
  • Mozes op de Rivier
  • De Plagen van Egypte
  • Mozes en de Wijkende Zee
  • Mozes en het Manna
  • Mozes en de Tien Geboden
  • De vallende muren van Jericho
  • De Tegenslagen van Job
  • Maria (16+)
  • Jezus: inleiding
  • Jezus: historisch
  • De geboorte van Jezus
  • Water en Wijn
  • Lopen over Water
  • De Wonderbaarlijke Vermenigvuldiging
  • De Barmhartige Samaritaan
  • De Zaaiersparabel
  • Blinden, melaatsen en dode mensen
  • De Kruisiging en Verrijzenis van Jezus
  • Ongelovige Thomas
  • Het Vervolg van het Sprookje
  • God en de Smurfen
  • Waarom deze sprookjes?
  • KLIK HIER VOOR EEN PRINT-BARE VERSIE

    Er was eens, heel lang geleden, een tovenaar die God heette. Volgens sommige mensen was hij de grootste tovenaar die ooit leefde, anderen geloven dat hij nog steeds leeft. Ze zeggen dat hij al leefde voordat de aarde bestond, en zelfs al voordat er mensen waren.



    De Toren van Babel

    God had net alle mensen en dieren door een zondvloed van water doodgemaakt. Alle dieren op twee per soort na, en alle mensen op Noach en zijn familie na. Noach was volgens God namelijk de enige nog rechtvaardige mens op de wereld. Noach was z rechtvaardig, dat toen zijn zoon Cham hem een keer uitlachte omdat hij dronken was, Noach zijn woede botvierde op de zoon van Cham. Je ziet het, God heeft een heel ander idee van rechtvaardigheid dan aardige mensen en tovenaars.

    Zo was het God een doorn in het oog dat de mensen steeds beter gingen samenwerken. De mensen vonden elkaar allemaal aardig, en vertelden elkaar wat ze uitgevonden en ontdekt hadden, zodat ze samen nog mooiere dingen konden maken. Een groep nakomelingen van Noach ontdekte dat ze bakstenen konden maken van klei, een andere groep vond leem uit, en omdat ze zo goed samenwerkten konden ze daar een prachtige stad met prachtige gebouwen van maken. Die gebouwen waren zo sterk, dat een paar mensen het plan hadden gemaakt om een toren te maken, zo hoog als ze maar konden, om te kijken of ze bij de hemel konden komen.

    In die tijd waren er nog geen vliegtuigen en raketten. Die zijn namelijk niet door God getoverd maar pas veel later door een paar mensen in Europa en Amerika. Voor de kinderen en kleinkinderen van Noach was het dus nog helemaal niet duidelijk hoe hoog de blauwe lucht was. Ze dachten dat de lucht een soort dak was, waar 's nachts de sterren op getekend werden door God.

    Terug naar de stenenbouwers. Toen God een keer in die buurt was, zag hij dat ze net begonnen waren om die hemelhoge toren te bouwen. Hij was al best hoog, en God vond het maar niks dat de mensen dingen maakten die hij niet kon toveren. Hij dacht dat het niet lang meer zou duren voor de mensen echt alles zouden kunnen maken, en hijzelf als mislukt tovenaartje geen enkele trots en status meer zou hebben. Daarom bedacht hij een gemene toverspreuk...

    God betoverde de mensen in de stad z, dat ze ineens allemaal een andere gekke taal gingen spreken, zonder dat ze het zelf doorhadden. Grieks, Engels, Latijn, Pascal, Papiamento - de mensen in de stad dachten dat ze gewoon hun oude taal spraken, maar niemand verstond ze meer, en zij verstonden ook niemand om hun heen. Het duurde niet lang voor iedereen half gek werd en de stad uit vluchtte, de hele wereld over. Zo zijn alle verschillende talen in de wereld ontstaan. En de stad werd later Babel genoemd, omdat er zo raar gebabbeld werd.